2 litho's (46 x 63 cm elk), door Jobard naar een tekening Van Cuyk (1827). Franse verklaringen door K. Kessels. Eerste litho met herstelde scheur, beiden wat verkleurd. Oorspronkelijke acajoulijsten (gebruikssporen). Zeer zeldzaam
Ref. Verbouwe nr. 427a en b. Muller nr. 6278 (Deze walvisch, de grootste die tot hiertoe in Nederland te zien was geweest, was door enige visschers van Oostende gevonden en openbaar verkocht aan H. Kessels en J. Dubar die daarna zijn rechten verkocht aan de eerste. deze liet het geraamte van den visch, na zijne ontleding, voor geld zien. In het Dagblad van s'-Gravenhage van 13 Aug. 1828 wordt vermeld, dat in de ruimte tusschen de kaakbeenderen een middagmaal werd gegeven aan de werklieden, die aan het ontleden van den visch gearbeid hadden, en 16 personen eene quadrille danstten in de binnenruimte van den onderkinnebak. Het skelet werd door Kessels aan den Koning geschonken, die het in het Pavilloen te Haarlem plaatste. Op 29 november 1829 te Parijs zijnde ontving Kessels, voor de tentoonstelling van den walvisch, de orde van het legioen van eer!)